Compleet opengereten
Zeven kilometer ten westen van het Rotterdamse ziekenhuis is het een enorme ravage, veroorzaakt door een van de grootste treinrampen in de Nederlandse geschiedenis. Een treinstel is compleet opengereten: gewonden en doden liggen naast het spoor of in de trein.

Drie treinen in Schiedam zijn om even voor 08.00 uur betrokken bij een inhaalmanoeuvre op het spoor tussen Schiedam en Hoek van Holland. Normaal is dat een dagelijkse routine in de vroege ochtend, maar het gaat die 4 mei 1976 faliekant mis. De machinist van de Rheingold – de D trein – haalt zoals altijd een stilstaande stoptrein in. De internationale rijdt dan even over de andere kant van het spoor, om vervolgens weer terug te gaan.

Op het spoor moet deze internationale trein van Hoek van Holland naar Duitsland eigenlijk vrij baan hebben, maar totaal onverwacht ziet machinist Cor Timmers van de D-trein een andere trein op zich afkomen. Later blijkt dat die trein, met een snelheid van bijna 90 kilometer per uur, het rode sein heeft gemist.

Timmers remt en weet op het laatste moment zelfs uit de trein te springen. Kort daarna gebeurt het onwerkelijke: een enorme klap. Eén seconde trilt de grond in Schiedam en de gevolgen zijn vreselijk. Machinist Timmers overleeft de ramp, maar dat geldt niet voor 24 inzittenden van de stoptrein.

Een bewoonster van de nabijgelegen Henri Polakstraat kijkt op dat moment naar buiten. „Ik zie die sprinter aankomen en die boort zich zo als een blokkendoos in die locomotief van de D-trein’’, zo blijkt uit een geluidsopname van een gesprek tussen de vrouw en een rechercheur dat enkele dagen na de ramp plaatsvond.

„Ik schreeuwde: o God, wat gebeurt daar? Op dat moment slingert een man uit de trein, zo op de locomotief van de trein. Die bleef roerloos liggen. Mijn kind zag het ook en was helemaal overstuur. Ik stond versteend en kon niets doen. Toen ik realiseerde wat er was gebeurd, belde ik de politie, maar die was in gesprek.’’

De vrouw loopt naar het balkon, zo is de beluisteren op de opname die in het Gemeentearchief Schiedam te vinden is. „Als ze die man maar niet vergeten. Ik bleef kijken en na tien minuten zag ik twee brandweermannen. Zij hadden die man gevonden. Het was verschrikkelijk.’’

De bewoonster hoort de klap niet, zo vertelt ze later. Maar wat ze zag en hoorde, was vreselijk. „Ik hoorde alleen het verwrongen staal en de ruiten die eruit sprongen. Ik zag ook vuur en vonken. Ik heb zo vreselijk moeten huilen.’’

Ik zag twee treinen behoorlijk tegen elkaar aanstaan. Alsof het twee vechtende honden waren

Chiel Wilbrink
Wijkagent
Chiel Wilbrink (81) is op dat moment wijkagent in de Schiedamse wijk Oost en nog maar een paar jaar in dienst. Hij kan zich de dag van het treinongeluk nog goed herinneren. „Wij woonden hier toen al en in die jaren ging ik in mijn uniform op de fiets naar het politiebureau. Even voor 08.00 uur meldde ik me. Toen zeiden ze: Je moet even doorfietsen, want bij de Parkweg zijn twee treinen tegen elkaar gereden.’’

Agent Wilbrink fietst door het Beatrixpark. „Hoe dichter ik bij de Parkweg kwam, hoe meer sirenes ik hoorde. Wat ik daar aantrof? Ik zag twee treinen behoorlijk tegen elkaar aanstaan. Alsof het twee vechtende honden waren.’’

De herinneringen aan de ramp blijken 50 jaar na dato nog altijd springlevend. Opeens wordt het stil aan tafel, een paar seconden lang. Wilbrink moet even slikken. De stoere agent van weleer oogt als een broze man. „Ik had je moeten waarschuwen, want nu schiet ik weer vol’’, zegt hij. Alsof hij wist dat dit moment zou komen.

„Bij het talud gooide ik mijn fiets op de grond’’, vervolgt hij. Hij ziet hulpverleners met doden en gewonden de trein uitkomen. „Ik zag politiemensen onder de trein kruipen om de mensen er onder vandaan te halen. Op de meest onmogelijke plekken waren er mensen terecht gekomen, ze zaten bijvoorbeeld ook bekneld in de coupés.’’

Dagenlang zijn brandweer, politie en ambulancepersoneel bezig met het bergen van slachtoffers en het opruimen van de wrakstukken van de D-trein en de stoptrein. Gewonden worden naar omliggende ziekenhuizen gebracht, zoals het Vlaardingse Holyziekenhuis en het Noletziekenhuis in Schiedam.

Een zeer bezorgde Jeannet Tillemans brengt in de loop van de dag ook een bezoek aan het Noletziekenhuis. „We gaven daar het signalement van Bob door, maar daar was hij niet.’’ De Rotterdamse gaat nog terug naar het Dijkzigtziekenhuis om te werken, maar van werken komt logischerwijs helemaal niets meer terecht. Ze is op dat moment maar met een ding bezig: waar is Bob en hoe is het met hem?

Urenlang verkeert ze in onzekerheid en de hele avond staat de televisie aan, thuis in de Rotterdamse wijk Kralingen. Tegen middernacht zijn alle doden geborgen. Met haar broers gaat Jeannet wéér naar het ziekenhuis. „Uiteindelijk bleek later dat er een politiewagen bij ons voor de deur had gestaan, we hadden elkaar gekruist.’’

De politiewagen was naar Kralingen gereden om het het slechte nieuws te vertellen. Haar Bob heeft het ongeluk niet overleefd. Tillemans: „Bob bleek de laatste te zijn die geborgen was. Hij ging altijd helemaal voorin zittten, dan kon hij makkelijk voorlangs naar Unilever lopen.’’

Ook Jerry Bakker zit in de trein die dag. Hij heeft drie jaar verkering met Marja Bekkers-Van Es (nu 69), die bij het Franciscus Gasthuis in Rotterdam werkt. „’s Ochtends ging ik op de fiets vanuit Schiebroek naar mijn werk. Om 09.00 uur hoorden we op de radio dat er een ramp was gebeurd op het spoor naar Hoek van Holland. Toen ging er een belletje rinkelen: zou dat de trein zijn waar Jerry inzat?’’ vertelt Bekkers-Van Es, die destijds 19 jaar was.

„Heel de tijd stond de radio aan, ik luisterde samen met mijn moeder. Toen kwam de middagkrant en stond er een foto in de krant van die trein. Toen dacht ik: dit is foute boel’’, blikt ze terug. Ze wrijft ondertussen over haar armen. „Ik krijg gewoon kippenvel.’’

Ze krijgt net als Jeannet Tillemans pas uren na de ramp het bericht dat ze niet wilde krijgen, maar eigenlijk onvermijdelijk was. Jerry heeft de ramp niet overleefd. Drie jaar waren ze dolgelukkig samen. Ook hier ging een dikke, ruwe streep door het prille geluk.

Herdenkingsteken
50 jaar later zullen ze alle drie weer staan op de plek waar hun leven ooit zo ingrijpend veranderde: oud-agent Wilbrink, Jeannet Tillemans en Marja Bekkers-Van Es.

Want bij station Nieuwland hangt sinds 2019 een herdenkingsteken, een plaquette aan de muur, die treinrails uitbeeldt. Tillemans is een van de initiatiefnemers van het herdenkingsteken. Dat moest er gewoon komen, uit een vorm van respect voor alle slachtoffers en nabestaanden.

Dit jaar wordt hier ook stilgestaan bij de treinramp, die ondanks het grote verdriet ook iets moois heeft opgeleverd voor Jeannet Tillemans en Marja Bekkers-Van Es. Iets blijvends. Die enorme klap op 4 mei 1976 heeft gezorgd voor gedeeld verdriet, maar ook voor verwerking van die ene dodelijke seconde bij de Parkweg. Ze onderhouden inmiddels een jarenlange vriendschap.

Maandag 4 mei, om 12.00 uur precies, stonden ze weer samen in Schiedam bij de plaquette ter nagedachtenis aan De Vergeten Treinramp. Voor Bob, voor Jerry en voor alle andere slachtoffers en nabestaanden.

Een van onze teamleden zegt het staat mij nog op het netvlies geschreven deze ramp mede daar ik destijds familie had wonen in de Henri Polakstraat die ook de ramp hebben zien gebeuren en meteen belden dat er een ernstige treinramp voor hun deur had plaats gevonden. Ons teamlid is na schooltijd naar familie gegaan en zag de enorme ravage die had plaats gevonden en zegt daarover het was werkelijk met geen pen te beschrijven wat een ravage. En dan heb ik het niet eens over de doden die te betreuren zijn want op dat moment wist niemand nog om hoeveel doden het precies ging. Wel hoorden we steeds dat er doden waren en velen gewonden bij deze vergeten treinramp. Nu 60 jaar later rijden er geen treinen meer op het traject tussen Schiedam en Hoek van Holland maar is dat spoor nu in gebruik voor de metro.