Smartlap

Smartlap is een benaming voor het levenslied en dan vooral voor die vormen van het levenslied waarin een larmoyante geschiedenis wordt verteld. De benaming was oorspronkelijk neerbuigend bedoeld.

Het woord kwam in zwang aan het begin van de jaren zestig toen velen naar aanleiding van de successen van de Zangeres Zonder Naam een weerzin opbouwden tegen het genre. Deze niet-liefhebbers spraken badinerend van een smartlap, naar analogie van de Duitse woorden Schmachtlappen (zwijmelaar) en Schmachtfetzen (sentimenteel lied). Deze woorden betekenen letterlijk ‘smachtlap’. Het zijn oorspronkelijk bijnamen voor de in de katholieke liturgie gebruikte vastendoek. Met zo’n doek, waarop het lijden van Christus staat uitgebeeld, wordt tijdens de vastentijd het altaar afgedekt.

In 1960 had het in een editie van De Tijd / De Maasbode al wel de betekenis van een sentimenteel lied. In 1973 definieerde de Winkler Prins smartlap als: “een ironische benaming die in de jaren zestig in zwang kwam voor wat men vroeger aanduidde met levenslied.”

In de jaren negentig groeide het woord smartlap met de opkomst van smartlappenkoren en smartlappenfestivals uit tot een geuzennaam. Verwijzend naar de roldoeken werd deze ontwikkeling niet zelden gepresenteerd als een herleving van een ‘eeuwenoude traditie’. Het repertoire waarop werd teruggegrepen was echter van relatief recente datum: de artiesten J.H. Speenhoff, Kees Pruis en Willy Derby maakten deze sentimentele liedjes over armoede, zieke moeders en stervende kinderen aan het begin van de 20e eeuw populair.

smartlap

smartlap