ronnie hawkins

ronnie hawkins

Ronnie Hawkins

Ronald “Ronnie" Hawkins (Huntsville (Arkansas), 10 januari 1935 – Peterborough (Ontario), 29 mei 2022) was een Amerikaanse rock and roll-artiest. Hij begon zijn carrière in Arkansas, Verenigde Staten, maar brak pas echt door toen hij naar Ontario, Canada vertrok. Hawkins heeft een grote invloed gehad op de (Canadese) muziekwereld. Hawkins heeft in totaal meer dan vijfentwintig albums opgenomen. Relatief bekende nummers zijn Who Do You Love?Hey Bo Diddley, en Suzie Q, de laatste geschreven door zijn neef Dale Hawkins.

In de jaren zestig van de twintigste eeuw was Hawkins, die ook bekendstaat onder de namen “Rompin’ Ronnie", “Sir Ronnie", “Mr. Dynamo" en “The Hawk", een van de belangrijkste figuren in de wereld van rock-‘n-roll in Toronto, Canada. Maar uiteindelijk werd hij bekender door de rol die hij heeft gespeeld in de carrières van andere artiesten. Uit zijn begeleidingsband The Hawks, die steeds wisselde van samenstelling, stroomden veel artiesten door tot zelfstandige acts. De succesvolste uitloper is The Band. Andere bekende alumni zijn Janis Joplins Full Tilt Boogie Band, David Clayton Thomas van Blood, Sweat & Tears, Crowbar, Bearfoot, Skylark, Lawrence Gowan, en The Weber Brothers.

Levensloop

Hawkins werd in 1935 geboren in Huntsville, Arkansas, Verenigde Staten. Op negenjarige leeftijd verhuisde zijn familie naar Fayetteville, Arkansas. Aan de Universiteit van Arkansas in Fayetteville studeerde Hawkins lichamelijke opvoeding. Hier richtte hij ook zijn eerste band op; met The Hawks toert hij door Arkansas, Oklahoma en Missouri. Hawkins stond bekend om zijn extravagante podiumpersoonlijkheid: “His camel walk predated Michael Jackson’s moonwalk by three decades, and his back flips became an integral part of his live act".

Hawkins was eigenaar van de Rockwood Club in Fayetteville; zijn vriend Dayton Stratton was er manager. Hier traden enkele rock-‘n-roll-helden op, onder wie Jerry Lee Lewis, Carl Perkins, Roy Orbison, Roy Buchanan en Leon Russell.

Hawkins maakte zijn opleiding niet af, en was korte tijd gestationeerd in Fort Chaffee, Fort Smith, als militair. Op advies van Conway Twitty startte hij in 1958 met een tour door Canada. Hawkins verhuisde zelfs daarheen; in 1964 ontving hij zijn permanente verblijfsvergunning. Hij ging wonen in Peterborough (Ontario).

Twee van de drie Hawks wilden niet meeverhuizen naar Canada. Pianist Will “Pop” Jones en gitarist Jimmy Ray “Luke” Paulman gingen terug naar de Verenigde Staten om te trouwen. Alleen de drummer, Levon Helm, bleef. De lege plekken werden opgevuld door vier Canadezen: gitarist Robbie Robertson, bassist Rick Danko, pianist Richard Manuel en toetsenist Garth Hudson. Deze samenstelling zou een aantal jaren later goud blijken. In 1963 sloot deze band, die zich The Band noemde, zich eerst aan bij Bob Dylan om zich daarna succesvol als zelfstandige act te bewijzen. In 1976 trad Hawkins op tijdens het afscheidsconcert van The Band. Hiervan werd onder de naam The Last Waltz een concertfilm gemaakt door Martin Scorsese.

John Lennon en Yoko Ono deden Hawkins’ Canadese boerderij aan tijdens een van hun vredesreizen. In december 1969 verbleven zij bij Hawkins in Mississauga, Ontario. Lennon signeerde hier zijn litho’s uit de Bag One-serie en neemt een radiopromo op voor een single van Ronnie Hawkins: Down in the Alley. In de vroege jaren zeventig raakte Hawkins onder de indruk van de Canadese muzikant Pat Travers, die optrad in de nachtclubs van Ontario. Travers, dan 19 jaar, trad een jaar lang op met Hawkins. Hij vervolgde zijn carrière in de hardrock.

Hawkins was te zien in enkele kleine filmrollen. In 1975 speelde hij bijvoorbeeld de rol van Bob Dylan in de film Renaldo and Clara. Van september 1981 tot maart 1982 presenteerde Hawkins op de Canadese zender CTV wekelijks een eigen televisieshow Honky Tonk van een half uur, waarin hij muzikale gasten ontving. De show “captured the flavour of the urban cowboy craze".

Op 8 januari 1995 vierde Hawkins zijn zestigste verjaardag met een concert in Massey Hall, Toronto, waarvan de opnames te horen zijn op het album Let It Rock. Gastoptredens waren er door Carl Perkins, Jerry Lee Lewis, The Band (die zich opnieuw had geformeerd in gewijzigde samenstelling) en Lawrence Gowan. De blinde gitarist Jeff Healey begeleidde Hawkins grotendeels, samen met zijn eigen band The Hawks.

Ziekte en overlijden

In 2002 kreeg Hawkins alvleesklierkanker, die terminaal leek. Na een conventionele operatie weigerde hij medicatie. Hij toonde zich een tegenstander van conventionele medicijnen. Hawkins verklaarde: “Put that chemical shit [painkillers] in your veins, that’s what will get ya in trouble". Wel rookte hij marihuana, “the greatest healer in the world" en probeerde hij naar eigen zeggen alle soorten alternatieve medicatie. Robbie Robertson, ex-lid van The Hawks en The Band, bracht Hawkins in contact met Indiaanse genezers. Gitarist Lonnie Mack bracht Hawkins op het spoor van een monnik die een brouwsel maakte van de bast van een witte eik. Ook liet Hawkins zich behandelen door alternatief genezer Adam, een jongetje van 16 uit Vancouver, Canada. Op 5000 km afstand zou deze Adam door middel van een foto energiebehandelingen aan Hawkins hebben gegeven. Ronnies tumor was verdwenen. Hawkins verklaarde dat misschien één of een combinatie van deze alternatieve behandelingen hem heeft genezen, maar liet zich nergens sluitend over uit. ‘The way I feel is that there is only one healer, the Big Rocker up there", he says pointing to the sky.. Over Hawkins’ ziekte en genezing is er een documentaire gemaakt, waarin onder meer oud-president van de Verenigde Staten Bill Clinton aan het woord komt.

Hawkins overleed in mei 2022 op 87-jarige leeftijd.

Discografie

Albums

Year Album CAN NL Album Top 100 Label
1959 Ronnie Hawkins Roulette
1960 Mr. Dynamo
Folk Ballads of Ronnie Hawkins
1961 Sings the Songs of Hank Williams
1963 The Best
1964 Mojo Man
1970 The Best
Ronnie Hawkins 12 Cotillion
1971 The Hawk 91
1972 Rock and Roll Resurrection Monument
1974 Giant of Rock’n Roll
1977 Rockin’ Pye
1979 The Hawk United Artists
1981 A Legend in His Spare Time Quality
1982 The Hawk and Rock Trilogy
1984 Making It Again Epic
1987 Hello Again … Mary Lou
1995 Let It Rock Quality
2002 Still Cruisin’ Hawk

Singles

Jaar Single Positie Album
CAN CAN AC CAN Country US NL Top 40 NL Single Top 100
1959 “Forty Days" 45 Ronnie Hawkins
“Mary Lou" 26
1963 “Bo Diddley" 117 singles only
1965 “Bluebirds Over the Mountain" 8
“Goin’ to the River" 34
1970 “Home from the Forest" 29 Ronnie Hawkins
“Down in the Alley" 20 75
“Bittergreen" 36 118
1971 “Patricia" 84 2 38 The Hawk
1972 “Cora Mae" 71 Rock and Roll Resurrection
1973 “Lonesome Town" 8 39 Giant of Rock’n Roll
1981 “(Stuck In) Lodi" 7 8 A Legend in His Spare Time
1983 “Wild Little Willie" 45 The Hawk and Rock
1985 “Making It Again" 44 Making It Again
1987 “Hello Again Mary Lou" 17 39 Hello Again … Mary Lou
1995 “Days Gone By" 51 Let It Rock