Decca Records

Decca Records is een Brits platenlabel, opgericht in 1929 door Edward Lewis. Het Amerikaanse label werd op 4 augustus 1934 opgericht door Jack Kapp, E.F. Stevens jr en Milton R. Rackmil, met behulp van Edward Lewis.[1]In de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog werd de link met het Britse bedrijf verbroken en Lewis verkocht bij het uitbreken van de Tweede wereldoorlog de Amerikaanse Decca, maar de Amerikaanse holding bleef het recht houden op de merknaam in Noord- en Zuid-Amerika en in delen van Azië.

Het Britse Decca werd beroemd door zijn opnamemethodes, met name in de klassieke muziek, en door de ontwikkeling naar HiFi, het Amerikaanse Decca ontwikkelde het concept van het cast album, waarbij de originele cast van Broadway-musicals aan platenalbums meewerkte.

Het Britse Decca label werd na de Tweede Wereldoorlog in de VS uitgebracht op London Records. Andersom bracht het Amerikaanse Decca later in het VK haar platen uit op Brunswick Records. In 1973 verdween de Amerikaanse Decca en werd onderdeel van MCA Records, dat opging in de Universal Music Group, de Britse Decca werd in 1980 gekocht door PolyGram en werd daarna onderdeel van de Universal Music Group, maar het bleef als platenlabel bestaan.

Popmuziek

Amerikaanse Decca

In tegenstelling tot de klassieke muziek was bij de popmuziek de Amerikaanse Decca veel succesvoller dan de Britse Decca.

Bij de oprichting eind 1934 kocht het Amerikaanse Decca van Warner Bros. de voormalige persfabrieken van Brunswick Records in New York City en Muskegon, Michigan, die in 1931 waren gesloten, in ruil voor een financieel belang in het Amerikaanse Decca. Decca werd tijdens de depressie een belangrijke label op de Amerikaanse platenmarkt dankzij hun keuze aan populaire artiesten, zoals met name Bing Crosby, het slimme management van Brunswick’s voormalige general manager Jack Kapp en de beslissing om Decca platen op 35 cent in plaats van de 75 cent van de concurrentie te prijzen.[1]

De eerste hit voor Decca werd in december 1935 The music went ‘Round and ‘Round door Mike Riley en Ed Farley, gevolgd door Bei mir bist du schön van de Andrews Sisters.

Andere artiesten die in de jaren dertig en veertig bij Decca tekenden, waren onder meer Louis Armstrong, Charlie Kunz, Count Basie, Jimmie Lunceford, Jane Froman, Billie Holiday, Katherine Dunham, Ted Lewis, Judy Garland, The Mills Brothers, Guy Lombardo, Chick Webb, , Bob Crosby, Bill Kenny & the Ink Spots, de Dorsey Brothers (en vervolgens Jimmy Dorsey nadat de broers uit elkaar gingen), Connee Boswell, Victor Young, Earl Hines, Claude Hopkins , Ethel Smith en de Rhythm-and-blues artiesten Sister Rosetta Tharpe en Louis Jordan.

In 1940 bracht Decca het eerste album uit met liedjes uit de film The Wizard of Oz uit 1939. Het was echter geen soundtrackalbum maar een coverversie met alleen Judy Garland uit de film, en de andere rollen gezongen door de Ken Darby Singers.

In 1942 bracht Decca de eerste opname uit van “White Christmas” van Bing Crosby. Hij nam in 1947 een andere versie van het nummer op voor Decca; Tot op de dag van vandaag blijft Crosby’s opname van “White Christmas” voor Decca de best verkochte single aller tijden.

In 1943 verscheen het eerste cast album, de musical Oklahoma! van Rodgers en Hammerstein, gevolgd door Ann get your gun en vele anderen.

Na de Tweede Wereldoorlog werd tot 1954 de popmuziek op 10-inch LP’s uitgebracht. Decca had grote successen tot zeker 10 jaar na zijn dood met heruitgaven van Al Jolson, en de in de 30- en 40-jaren reeds gecontracteerde artiesten, begin 50-er jaren werd langzaam overgestapt op het 12-inch-formaat.

In de begintijd van de Rock-‘n-roll had Decca matig succes met Bill Haley’s Rock Around the Clock, totdat het nummer de tune werd van de film Blackboard Jungle, en het alsnog de status van mijlpaal in de muziek zou bereiken,[noot 4] maar daarna verloor Decca zijn positie als belangrijk R&B en poplabel en richtte zich nog op Country-and-western en Hollywood-muziek. Patsy Cline en Loretta Lynn waren in de 60-jaren de Decca-sterren.

Britse Decca

In de jaren 50 was Decca een prestigieus label, dat niet geassocieerd wilde worden met Rhythm-and-blues-muziek. Artiesten die Decca aangeboden kreeg zoals Jackie Wilson, werden uigebracht via sub label Brunswick Records.

Ook in de 60-er jaren begon de afdeling populaire muziek van het Britse Decca met een aantal gemiste kansen. In 1960 weigerden ze “Tell Laura I Love Her” van de gelicentieerde artiest Ray Peterson uit te brengen en vernietigden ze zelfs duizenden exemplaren van de single. Een coverversie van Ricky Valance werd uitgebracht door EMI op het Columbia-label en stond drie weken op nummer 1 in de Britse hitlijsten. In 1962 wees Decca The Beatles af, in de overtuiging dat “gitaargroepen uit gingen raken”. Andere opmerkelijke weigeringen waren de Yardbirds en Manfred Mann en later zag men Jimi Hendrix niet zitten; een linkshandige gitarist was iets te veel van het goede.

Het afwijzen van The Beatles leidde indirect tot de ondertekening van Decca’s belangrijkste groep artiesten uit de jaren 60, The Rolling Stones. Dick Rowe – bekend als de man die de Beatles af wees – was aan het jureren van een talentenjacht met George Harrison, en Harrison zei tegen hem dat hij eens naar de Stones moest kijken, die hij een paar weken eerder voor het eerst live had gezien. Rowe zag de Stones en tekende ze snel voor een contract. Decca bracht ook de eerste opname van Rod Stewart uit in 1964, (“Good Morning Little Schoolgirl” / “I’m Gonna Move to the Outskirts of Town”.). Decca contracteerde daarnaast rockartiesten als The Moody Blues, The Zombies, The Applejacks, Dave Berry , Them en Alan Price.

De jaren 1970 waren desastreus voor Decca. De Rolling Stones Decca verlieten het label, een voorbeeld dat meerderen volgden, en hoewel Decca een nieuw progressief label startte begon het punk-tijdperk. alleen The Moody Blues bleven het label trouw.

Sublabels

  • Alexis Korner Presents Kings Of The Blues
  • Brunswick Ltd.
  • Buk Records

Nederland

Decca werd, vanaf 1930, in Nederland vertegenwoordigd door Decca-Dutch Supplies. De eigenaar van dit eenmansbedrijf was Heinrich Wilhelm (“Henk”) van Zoelen, die in Bussum het “Ultrafoonhuis” runde. In 1936 werd het bedrijf voortgezet onder de naam “Hollandsche Decca Distributie (Decca-Dutch Supplies) N.V.”. De aandelen werden in 1942 overgenomen door Philips. Naast de internationale artiesten die op het Decca-label in Nederland door Phonogram werden uitgebracht (zie hierboven), was er ook een groep Nederlandse artiesten op Decca te vinden. Voorbeelden zijn The Blue Diamonds, Boudewijn de Groot, Mouth & MacNeal, Kinderkoor de Karekieten en Vader Abraham met ‘t Smurfenlied.

Decca onder Universal

Na de overnames van de Decca’s, waarbij deze beiden onder de Universal Music Group kwamen, werd Decca een toonaangevend label voor zowel klassieke muziek als Broadway-partituren. Decca Music Group Limited omvat ook het Philips Classics-label, en zijn samen met de Deutsche Grammophon- en ECM-labels gegroepeerd in de Universal Classics-groep.

Onder de naam Decca Records Nashville werd een divisie opgericht voor nieuwe country opnames.

decca

decca